Externe nieuwsflits
"De toekomst zal een totale ramp zijn met een ineenstorting van ons kapitalistische systeem zoals we dat nu kennen". Farrell concludeert tenslotte: “Amerikaans Kapitalisme is een verdwaalde ziel... we verloren ons morele kompas ... De komende ineenstorting is het einde van een 'onvermijdelijke' historische cyclus die alle grote rijken achtervolgd tot hun graven . Verlaag uw levensstijl verwachtingen, vertrouw niemand, zelfs de media niet". Artikel hier.
Breadcrumbs
Login Form
Reclame
Artikel database
| Deep Purple: “Child in Time” |
|
|
| Muziek - Metal-Hard Rock |
| Geschreven door Jolene M. |
| zondag, 11 januari 2009 20:53 |
![]()
Deep Purple werd in Februari 1968 opgericht en was een idee van ex-Searchers drummer Chris Curtis, een mid-60ties Merseybeat group die meeliftte op het succes van de Beatles. "Vrije expressie" was aan de orde van de dag en tegen 1967 toen Curtus reeds The Searchers had verlaten en een hit had onder de naam Flowerpot Men met het nummer "Let's Go To San Francisco", besloot hij dat het tijd werd een stapje verder te zetten en een ‘fatsoenlijke’ band op te richten.
‘Curtis was een echte 60er jaren man met veel voor die tijd nog minder gangbare ideeën’, zegt John Lord in een terugblik. ‘Hij wilde dat wij samen de kern zouden vormen van een band, samen met een nieuwe flitsende en oog en oor verblindende gitarist genaamd; Ritchie Blackmore. ‘Wij zouden dan het centrum van een ‘roundebout’ worden waarbij andere muzikanten -als het hen zo uitkwam-, zich naar believen al dan niet konden aansluiten. Het was "een verrukkelijk psychedelisch idee," voegt John daar nog aan toe.
Jon Douglas Lord was een klassiek opgeleide pianist die de klassieke muziek tot consternatie van zijn vader compleet had opgegeven, toen hij in 1960 besloot drama te gaan studeren in Londen. Hier begon John Lord naar Jazz te luisteren en had tevens wat schnabbels als sessiemuzikant. Zo is hij ondermeer te horen op piano in de 1964er Kinks hit, "You Really Got Me."
En zo gebeurde het dat Deep Purple nog in embryonale fase met de tijdelijke naam "Roundabout" uiteindelijk het levenslicht zag. De eerste line-up bestond uit een losse samenstelling van artisten als; Blackmore (gitaar), brothers Chris and Dave Curtis (zang), Lord (keyboards), Nick Simper (bas), and Bobby Woodman (drums).
Curtus woorden over zijn "lovely, psychedelic sort of idea" waren nog niet koud, toen uitgerekend hij zelf ‘koude voeten’ kreeg en besloot de roundebout te verlaten, samen met zijn broer Dave. Blackmore was echter niet onder de indruk en zei dat hij in elk geval net zo lang zou blijven om te zien wat er zou gebeuren.
Richard Hugh Blackmore was 10 jaar oud toen zijn vader voor hem zijn 1e gitaar kocht en betaalde voor klassieke gitaar lessen. Blackmore bleek al snel een talentvol student en omstreeks zijn 17e nam hij de elektrische gitaar op. In 1967, woonde Blackmore in Duitsland te Hamburg. Net als John Lord had hij tot dan veel tijd gespendeerd aan het naspelen van andermans liedjes. Toen hij de uitnodiging kreeg Roundabout te versterken was Richie er dan ook klaar voor.
Nu Curtis weg was en Woodman geacht werd de ‘touch’ met ‘the new psychedelic scene’ te verliezen, maakten zanger Rod Evans en drummer Ian Paice de line-up weer compleet. Evans' contributie tot de vroege Purple sound is geheel onterecht ver onderschat. Tegen de tijd dat hij zich bij de band aansloot hadden er al vele zangers geauditeerd, waaronder mensen als Rod Steward. Op slechts 21 jarige leeftijd, was Evans' enige eerdere muzikale ervaring met kleine bandjes als The Horizons, en The MI5/The Maze, waarin ook Paice had geparticipeerd. Maar zoals Simper eens observeerde; "Rod Evans was magie."
Met de nieuwe line-up startte de band een korte tour door Denemarken. Nu was het echter de naam "Roundebout" die ter discussie werd gesteld. Roundebout had-het-net-niet, vonden de leden. Richy kwam met Deep Purple, naar de titel van een Nino Tempo/April Stevens soul nummer. Niet iedereen binnen de groep was even enthousiast over de naam, maar Deep Purple bleef. En het zou niet bij deze eerste keer blijven dat Ritchie zijn zin kreeg.
De eerste singel die de groep nu uitbracht als Deep Purple, was de single "Hush." Geschreven en oorspronkelijk opgenomen door de Amerikaanse country artist Joe South. Later werd het liedje nog eens gecovered door Billy Joe Royal als een kort en pakkend pop/soul nummer. De versie van Royal was de enigste die de band kende, en zij verlengde het nummer in een lange rock jam, inclusief een 90-seconden durende Hammond orgel solo wat in deze tijd beslist ‘not done’ was. "Het was mijn idee om Hush 'te doen'", zegt Richie nu. "Ik hoorde het nummer als eerste in Hamburg, vertelde het tegen de band, en we gingen het gewoon maken."
De opnamen vonden plaats in de ‘Highleigh Manor’, -een spookachtig 10e eeuws herenhuis gesitueerd in een al even ongewoon Engels dorp, genaamd Balcombe,- en er waren slechts 2 tracks nodig om "Hush" te completeren. Het complete album "Shades Of Deep Purple" werd voltooid in een non-stop 48urige opnamesessie. In Juni 1968 werd Hush uitgebracht in de UK maar mistte de hitlijsten op kilometers afstand. Tot grote verbazing van de bandleden bereikte het nummer echter in de VS een top-5 notering en hielden ze er zelfs een platencontract met het Tetragrammaton label aan over. De band vervolgde dezelfde weg met het 2e album; "The Book Of Taliesyn" van Oktober 1968, dat uiteindelijk in de states in de LP Top-20 belandde.
Het 3e album, simpel getiteld "Deep Purple", werd in de VS uitgebracht in Juni 1969 en was het eerste album waarop de waarschuwing ‘heavy’ van toepassing was. Terwijl "Hallelujah (I Am The Preacher)", - weer een cover van een oude hit die echter niet op het album maar als aparte single werd uitgebracht,- het geijkte commerciële pad op sloeg, werd "Lalena" indicatief voor het nieuwe geluid van Deep Purple; heftige riffs met harde percussie op de voorgrond. Beide nummers bleken echter niet succesvol in de top 100 charts.
Het was echter op het podium waar de muziek van de band nu voor het eerst zou exploderen. Het was niet langer meer ‘just another pop group’. Op een avond toen Deep Purple in het voorprogramma stond van Eric Clapton’s "Cream" tijdens hun farewell U.S. tour, werd de Cream van het podium gejouwd en het publiek scandeerde slechts; "PURPLE"!
Met zijn voorliefde om de gitaarelementen dicht bij de luidsprekers te houden, -daarmee creërende wat Richie noemt ‘muziek met kansen’ die voortkwam uit een gillende vervorming veroorzaakt door ‘oversturing’ van de versterkers,- werd Richie Blackmore al snel De Ster van de show. Nu wilde hij dan ook de nieuwe sound van ‘zijn’ groep nog verder uitbouwen.
Tijdgenoten als Led Zeppelin en Black Sabbath hadden al bewezen dat de smaak van het publiek klaar was voor deze ‘nieuwe geluiden’. Maar voordat de band het volledig potentieel zou kunnen aanboren moest Deep Purple eerst nog enkele drastische wijzigingen ondergaan. Rod Evans en Nick Simper werden ingeruild voor zanger Ian Gillan en bassist Roger Glover.
Gillan was verrukt dat hij door de band was gevraagd. ‘Totdat dat ik ze voor het eerst hoorde, was ik in heel mijn leven nog nooit zo onder de indruk van muziek geweest als op dat moment.’ Eindelijk kon een zanger teksten schrijven die werkelijk iets voor hem betekende, terwijl de band om hem heen improviseerde. "Wij plannen helemaal niets," zei Ian Gillan in de Melody Maker van September 1971. "Als Ritchie een solo van 150 maten wil spelen dan doet hij dat en niemand die hem zal stoppen."
Nu echter kwam de verbeterde line-up van Deep Purple met een album op de proppen dat slechts een schim was van hetgeen de band in staat was te doen; "Concerto For Group And Orchestra". ‘Met dank aan’ "Deep Purple and the Royal Philharmonic Orchestra", was 'Concerto' live opgenomen in de Royal Albert Hall op 24 September 1969, en werd drie maanden later in de V.S. uitgebracht. Echter, het typerende Deep Purple geluid dat we ons vandaag de dag zo dierbaar herinneren, werd voor het eerst volledig geopenbaard op het album "Deep Purple In Rock". Uitgebracht in de V.S., September 1970, herbergt "Deep Purple In Rock" bijna al de ‘klassieke stukken’ die we heden associëren met de naam Deep Purple.
Het album was een monstersucces aan beide oevers van de Atlantische oceaan; het stond 30 jaar lang genoteerd in de U.K. Top 30! De opvolger "Fireball" werd uitgebracht in the V.S. in Juli 1971 en werd wederom een commercieel succes. Maar het grootste album dat Deep Purple ooit heeft opgenomen is "Machine Head". Het in Maart 1972 uitgebrachte album was de kritische en commerciële apotheose van de ‘Purples’. Niet alleen staat het vol met ‘classic cuts’, maar het kwam ook op nummer 1 in the U.K. en verkocht meer dan twee miljoen exemplaren in the V.S.
De nog steeds toerende bandleden van Deep Purple (in afwisselende bezetting) zijn tot op de dag van vandaag een voorbeeld voor vele jonge muzikanten en hun concerten zijn vaak uitverkocht. Deep Purple wordt door de nieuwe generatie(s) muzikanten samen met bands als Black Sabbath en Led Zepplin gezien als mede grondleggers van de hedendaagse ‘heavy metal’.
De track Child in Time (Deep Purple In Rock) is tot op de dag van vandaag terug te vinden in de allerhoogste regionen van de diverse wereldwijde 'Top honderd's' aller tijden.
Jolene M.
|
| Laatst aangepast op zaterdag, 24 januari 2009 02:16 |















